De sporttashaai

Scan van de kop van de nieuwe haaiensoort

CT-scan van de kop van een nieuwe haaiensoort: de kaken zijn zichtbaar; de twee bolletjes zijn de ogen. De ogen lijken te zweven, omdat de haaienschedel van kraakbeen is. Kraakbeen is zo zacht dat de rontgenstralen het niet zichtbaar maken. (foto Paul de Bruin LUMC)

Martien van Oijen doet zijn sporttas open en pakt er een haai uit. Een kleine meter lang, vers uit de diepvries, verpakt in een plastic zak. Voorzichtig legt hij de vis op het bed van de CT-scanner in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Als iedereen de ruimte uit is, schuift de haai langzaam de ronde buis van de scanner in. Op de computer in de kamer ernaast verschijnt een röntgenbeeld. Gebiologeerd kijken de onderzoekers van Naturalis en het LUMC naar het scherm. Steeds wordt een nieuw ‘plakje’ van de haai zichtbaar. Uiteindelijk levert dit een 3D-beeld van het binnenste van het beest op.

Nieuwe soort

Paul de Bruin, Martien van Oijen en Pepijn Kamminga bekijken de haai in de CT-scanner in het LUMC.

Paul de Bruin, Martien van Oijen en Pepijn Kamminga bekijken de haai in de CT-scanner in het LUMC.

Is dit een dagelijkse bezigheid van visonderzoeker Martien en de onderzoekers van het LUMC? Nee, dat niet. Maar dit is een bijzondere haai. Martien vermoedt dat het een nieuwe soort is. Hij is door een grote vistrawler uit Katwijk opgevist ergens tussen AustraliĂ« en Zuid-Afrika. Een meevarende zogeheten ‘fishery observer’ vond het beest bijzonder genoeg om hem aan Naturalis over te dragen voor onderzoek. Aan de buitenkant kun je veel zien, maar de binnenkant levert nog meer waardevolle informatie op.
“Kijk, dat moet prooi zijn”, wijst Martien. Een paar witte vlekjes verschijnen en verdwijnen weer op het computerscherm. Dat zijn stukjes bot en ze bevinden zich in de maag van de haai. Als je weet wat hij eet, weet je meer over de leefomgeving, de diepte waarop het beest jaagt, en daarmee meer over de soort.

3D
De röntgenbuis van de CT-scanner van het LUMC draait 3 keer per seconde rond en maakt bij elke rotatie 900 röntgenfoto’s, vertelt Paul de Bruin, klinisch fysicus bij het LUMC. Tijdens het draaien schuift de tafel door de buis heen met een snelheid van 10 centimeter per seconde, dus een haai van zo’n 80 centimeter is in 8 seconden gescand. Om al die beelden samen te stellen tot een driedimensionaal beeld van het binnenste van de haai, dat duurt iets langer. Het eindresultaat is een

Beeld uit de 3D-scanner, de haaienkop van voren

Beeld uit de 3D-scanner, de haaienkop van voren (foto Paul de Bruin LUMC)

3D-scan van de haai die bestaat uit 1600 plakjes van elk een halve millimeter dik. Ook de onderzoekers van het LUMC vinden het bijzonder om een haai in hun scanner te hebben.

Evolutie van de haaienschedel
Wat nu nog een zeldzame gebeurtenis is, zou in de toekomst vaker kunnen voorkomen. Pepijn Kamminga is promovendus bij research fellow Martin Brazeau van NCB Naturalis. Hij kijkt met speciale belangstelling naar de schedel van de haai. “Bij alle haaien zitten de kop en de kaken los van elkaar, ze zitten alleen met pezen vast. Dat is anders dan bij andere beenvissen en bijvoorbeeld zoogdieren. Er zijn verschillende theorieĂ«n over de evolutie van haaien. Wij willen graag weten hoe dat precies in elkaar zit.” Voor zijn promotieonderzoek, dat vier jaar gaat duren, ziet hij prachtige kansen bij Naturalis. Er zijn nog maar weinig CT-scans van haaien gemaakt. En Naturalis heeft heel veel haaien in haar collectie: we bewaren minstens 500 haaien op alcohol. “Als we in samenwerking met het LUMC al deze haaien kunnen scannen, levert dat zonder twijfel heel interessante gegevens op over de evolutie van haaien.” Maar dat duurt dus nog een aantal jaren. Dat geeft Martien genoeg tijd om een betere vervoermethode voor al die haaien te vinden dan zijn sporttas.

Deel dit artikel
  • Hyves
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email
Geplaatst in Achter de schermen, Onderzoek | Getagged , , , , , , , | Plaats een reactie

Walvisvrijwilligers gewaardeerd met Duboispenning

Walvismelders met hun Duboispenning

Walvismelders met hun Duboispenning, v.l.n.r. Kees Kooimans, Jaap van der Hiele en Arnold Gronert

Op 19 april kregen vrijwilligers Arnold Gronert, Jaap van der Hiele en Kees Kooimans van het Walvisstrandingennetwerk de Duboispenning uitgereikt uit handen van Folchert van Dijken, senior beleidsmedewerker Natuur bij het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Het was een mooie bijeenkomst met blij verraste mannen. Arnold Gronert deed namens hen een dankwoord aan alle mensen die hun vrijwilligerswerk steunen. “Zoals mijn vrouw, die steeds maar weer het gas onder het eten moet uitzetten als ik weer naar een stranding ga.” De Duboispenning is een onderscheiding van NCB Naturalis voor mensen die zich al jaren belangeloos inzetten voor de wetenschap en zo een substantiĂ«le bijdrage leveren aan onze kennis van de biodiversiteit in heden en verleden. In de persoon van deze drie onvermoeibare mannen eren wij graag alle mensen die op de kust gestrande walvisachtigen melden bij de landelijke database www.walvisstrandingen.nl.

Andere partners en instellingen van het netwerk hebben deze heuglijke gebeurtenis ook op hun website geplaatst:

Zeezoogdierennieuws

Ecomare

Zeehondencreche Pieterburen

Record aantal bruinvissen in 2011
2011 was een uitzonderlijk walvissenjaar. Al deze mensen die in hun vrije tijd bij weer en wind gestrande walvissen melden, hadden het ongekend druk vorig jaar, toen er behalve zeven verschillende soorten walvisachtigen ook een recordaantal van 849 bruinvissen strandde. Dat is erg veel in vergelijking met de afgelopen jaren, met als piek 545 gestrande bruinvissen in 2006. Strandingen zijn een essentiële bron van informatie over de bruinvis in de Noordzee, een toppredator die indicatief is voor de gezondheidstoestand van de zee en die daarom internationale bescherming geniet. Bij het bruinvisonderzoek in Nederland zijn diverse instituten betrokken.

Walvisnetwerk
We danken alle meldingen van strandingen aan het netwerk van mensen die beroepsmatig of in hun vrije tijd de kustlijn in de gaten houden en die waarnemingen van dode walvisachtigen melden bij NCB Naturalis. Dankzij hun jarenlange inspanningen beschikt Nederland over een strandingendatabase (www.walvisstrandingen.nl) die zijn gelijke in de wereld niet kent en die wetenschappelijk van grote waarde is.

Duboispenning

Duboispenning

Duboispenning

NCB Naturalis reikt de Duboispenning uit aan personen die zich belangeloos inzetten voor de wetenschap. De Duboispenning is vernoemd naar EugĂšne Dubois. Deze Nederlandse arts is de ontdekker van Pithecanthropus erectus, de rechtopgaande aapmens. Tegenwoordig wordt deze mensachtige gezien als de directe voorloper van de moderne mens. De originele fossielen van Pithecanthropus liggen achter kogelvrij glas in museum Naturalis.

Deel dit artikel
  • Hyves
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email
Geplaatst in Achter de schermen, Natuur van Nederland, Onderzoek | Getagged , , , , , , | 2 Reacties

Drs. Lisa Becking ontvangt Rubiconsubsidie

Marien meer

Marien meer

Zeebiologe drs. Lisa Becking is een van de vier beginnende Leidse onderzoekers die een Rubiconsubsidie van onderzoeksorganisatie NWO hebben ontvangen. Met deze subsidie gaat Lisa 24 maanden ervaring opdoen aan de University of California Berkeley, een internationaal vooraanstaand onderzoeksinstituut.
Lisa doet onderzoek aan mariene meren. Dit zijn binnenstebuiten gekeerde eilanden: kleine stukjes zee omgeven door land. In Amerika gaat ze recent ontdekte mariene meren in Indonesië bestuderen om gevestigde eilandtheorieën te toetsen. Daarmee hoopt ze inzicht te krijgen in de historische processen die verantwoordelijk zijn voor hedendaagse mariene biodiversiteit.
Tijdens haar expeditie in 2011 is ze in Raja Ampat op basis van Google Earth en luchtfoto’s op jacht gegaan naar deze verborgen meren. In het Naturalisblog lees je er meer over en in Lisa’s eigen blog (in het Engels) volg je haar ervaringen in Raja Ampat op de voet.
Kijk op de site van Universiteit Leiden welke andere Leidse onderzoekers een Rubiconsubsidie ontvingen.
De Rubiconsubsidie van NWO is vernoemd naar de rivier die Julius Caesar overstak voordat hij aan zijn zegereeks begon die leidde tot de uitspraak ‘veni, vidi, vici’. Rubicon wordt gezien als een goede opstap voor een Veni-subsidie uit de Vernieuwingsimpuls van NWO.
Deel dit artikel
  • Hyves
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email
Geplaatst in Achter de schermen, Expedities, Onderzoek | Getagged , , , , , , , , , | Plaats een reactie

Dag bottendokter!

Interview met Bram Langeveld, student biologie aan universiteit Leiden

Bram Langeveld met twee fossielen uit eigen collectie, een onderkaakfragment van een wolharige neushoorn en een zeeegel uit het Krijt van Limburg uit mijn collectie

Met een grote glimlach stapt Bram de practicumzaal binnen, op zijn rug een zwaar ogende rugzak die hij voorzichtig op de tafel voor mij zet. Vandaag hebben we het over crustacea, kreeftachtigen, en Bram heeft, net als voor bijna ieder voorgaand practicum, fossielen van thuis meegenomen.

Op achtjarige leeftijd is de gekte ongeveer ontstaan na een themadag bij Naturalis. Terugkijkend moet hij er om lachen: “Ik mocht een dagje ‘fossieloloog’ zijn. Eigenlijk ben ik hier nooit meer mee gestopt.” Het spelenderwijs zoeken is die dag overgegaan in het verzamelen en bewaren van een wetenschappelijke collectie. “Als je begint is alles bijzonder,” legt hij uit, “zo heb ik toen ik een jaar of negen was een stukje krabbenpoot zelf uit een stuk steen mogen hakken! Prachtig toch?” Zijn moeder vond dit gelukkig ook prachtig en hielp Bram al snel met het verzamelen en leerde hem ‘wetenschappelijk’ ordenen.

Na een volgende themadag met zogenoemde ‘bottendokters’ zag Dick Mol de nieuwsgierigheid en het enthousiasme in de jonge Bram en nodigde hem uit om zijn privĂ©collectie te bekijken. “Ik kwam een walhalla binnen,” vertelt Bram met een weer opkomende glinstering in zijn ogen bij de gedachte alleen al. “Maar,” komt er iets serieuzer achteraan, “ideaal zou natuurlijk zo’n toren als hier bij Naturalis zijn, met het juiste klimaat en alles keurig in kasten.” Zijn moeder vond het ook prachtig maar zei wel even voor de zekerheid: “Bram, zo kan het bij ons in huis niet hoor!”

Daar hoeft zijn moeder niet bang voor te zijn, Bram verzamelt graag klein spul, laat alles keurig drogen op zijn kamer en bewaart het in de inmiddels negen ladekasten en enkele dozen gelabeld op vindplaats en geologische aardlaag. “Het gaat mij niet om de grootte of de kostbaarheid, ik wil het vooral zelf vinden.” Hij legt me uit dat: “grote dingen misschien wel spectaculair zijn, maar het mooie zit hem juist in al die kleine stukjes die op de stranden liggen. Weinig mensen nemen de moeite daar goed naar te kijken terwijl je zo unieke dingen vindt!” Daar is wel veel zoeken en conserveren voor nodig, het hele bewaarproces ligt dan ook in verschillende stadia verspreid over zijn kamer. “Alles bij elkaar duurt het een maand of vier voordat alles in goede toestand, met nummersysteem, in het laatje verdwijnt,” vertelt hij met gepaste trots.

“Soms trek ik gewoon voor de lol een laatje open en ga ik alles eens goed bekijken. Zo kwam ik erachter dat enkele van mijn verzamelde schelpen een afwijking hebben. Terwijl hij zijn glimlach nauwelijks in kan houden vraagt hij: “weet je wat ik toen heb gedaan? Contact opgenomen met een expert. En, je raadt het al, die had ook nog nooit zoiets gezien!” Dan blijft er niets anders over dan er een mooi verhaal van maken, opschrijven en publiceren. “Weet je wat het is,” zegt hij dan nog even snel voordat hij afscheidt van me neemt, “een fossiel is zo mooi omdat je de eerste bent na zoveel tijd die het vasthoudt en ziet, echt ziet. Zo’n fossiel vertelt een verhaal, en dat verhaal wil ik maar al te graag horen!”

Deel dit artikel
  • Hyves
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email
Geplaatst in Achter de schermen | Getagged , , , , , , , | Plaats een reactie

De schaamte ver voorbij

Nou ben ik gewoon maar bioloog. Het stereotype bioloog is al schaamtevol genoeg en helaas voldoet iedere bioloog daar tijdens zijn studietijd zo nu en dan aan: met kaplaarzen rondbanjeren, door een verrekijker turend met een bemodderde broek, iets te enthousiast over een beest dat je tijdens een practicum open hebt gesneden of ingepakt als een Michellinmannetje op je knieën in de regen naar een dijk starend op zoek naar beestjes. Allemaal dingen die je tijdens je studie mee zal maken en eruit laten zien als echte bioloog, of je het nou wilt of niet. Het enige wat erop zit, is het accepteren.

Lees verder op: http://mastersinleiden.wordpress.com/2012/04/15/de-schaamte-ver-voorbij/

Deel dit artikel
  • Hyves
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • email
Geplaatst in LiveScience, Museum | Getagged , , , , , , , , | Plaats een reactie